Daar telt je geld of wie je bent niet meer mee — Vader Abraham, 1975
De smartlap beschrijft een sfeer die nog steeds voelbaar is in de Amsterdamse bruine kroeg: unieke plekken waar iedereen welkom is.
Wij vinden het de hoogste tijd om de bruine kroegen vanuit de schemering in de schijnwerpers te zetten. Op de eerste zaterdag van oktober organiseren we een dag waarop de Amsterdamse bruine kroeg wordt gevierd en mensen van binnen en buiten Amsterdam deze bijzondere plekken kunnen (her)ontdekken.
In het lied Kleine Café aan de Haven van Vader Abraham worden een paar karakteristieke eigenschappen van de bruine kroeg bezongen, zoals het neonlicht aan de gevel, de tapkast met koper, de voetbalfoto’s aan de muur en de hardgekookte eieren op de bar.
Maar voor iemand anders zijn het juist de Perzische kleedjes op tafel, het zand op de vloer en de biljarttafel die typisch zijn voor een bruin café. Wat een bruine kroeg precies is, staat niet vast. Wat ze wel gemeen hebben zijn de huiskamersfeer, het historische karakter en het ervaren personeel.
Cafés horen al eeuwen thuis in onze cultuur. De voorganger van de bruine kroeg, de herberg, was een plek om te drinken, eten, overnachten en te vergaderen. Het aantal herbergen nam in de negentiende eeuw af doordat er een strakker vergunningsstelsel ontstond. De bruine kroeg werd in de 19e eeuw een nostalgische voortzetting van de oude huiskamerkroegjes, die de meeste herbergen waren.
De toenemende welvaart in de 19e eeuw en de opkomst van straatverlichting lieten het aantal kroegen omhoogschieten. Elke buurt had zijn eigen kroeg. Zeker in de volksbuurten met kleine arbeiderswoningen was de bruine kroeg een verlenging van de woonkamer. Dit was tot ver in de twintigste eeuw het geval. Het zuur verdiende loon verdween ook vaker in de lades van de kroeguitbaters dan dat het in het eigen huishoudpotje werd gestoken.
Als je deze vraag aan een kroegbaas stelt, zal deze waarschijnlijk naar het plafond wijzen of een schilderijtje van de muur halen. Voor het rookverbod werden er flink wat sigaretten, pijpen en sigaren opgestoken in de kroegen. Ook de verkleurde gordijnen getuigden hier vaak van.
Maar een bruin interieur vond men ook simpelweg mooi. Eeuwenlang werd de kleur bruin gebruikt bij het inrichten van het interieur, in tegenstelling tot de lichte interieurs die we nu gewend zijn. Door het gebruik van veel donker hout en het beschilderen van houten pijen, tapkasten en lambriseringen met bruine houtimitatie werd een warme knusse plek gecreëerd.
Maar de stamgasten worden steeds ouder en de kroegen steeds minder bruin. De smaak van het publiek verandert. Stamgasten zullen verzuchten dat het vroeger gezelliger en drukker was. Veel kroegen sloten de afgelopen jaren helaas hun deuren al.
Maar in een tijd waarin stedelingen weer minder vierkante meters tot hun beschikking hebben en eenzaamheid op de loer ligt, blijft de bruine kroeg een belangrijke plek innemen. Hier ontmoeten mensen elkaar buiten hun eigen bubbel. Hier blijft veel hetzelfde, terwijl om ons heen alles in een razendsnel tempo verandert. Wie weet worden het ooit plekken die we gaan behouden als erfgoed. Tot het zover is, blijven we een pintje drinken aan de toog.
Heb je opmerkingen over of aanvullingen op deze informatie? Stuur deze naar coördinator AAA (mailadres). Daarna wordt bekeken of de informatie kan worden opgenomen op ons platform.